Afscheid Paul Berendsen als fractievoorzitter Oud-Zuid
Deze speech heeft Roel van Duijn uitgesproken ter ere van het afscheid van fractievoorzitter Paul Berendsen van fractie Oud-Zuid op 26 september 2007. Paul heeft na 13 jaar zijn voorzitterschap neergelegd.
Paul, het valt niet mee afscheid van jou als collega te nemen. Jij bent de stabiele factor in het leven van de stadsdeelraad OudZuid, ja zelfs in de voorloper van deze stadsdeelraad.
Een eenmansfractie vertegenwoordig je; misschien juist daarom heb je een visie op bijna alle beleidsterreinen. Je was in alle commissies, je voert over alles het woord in de raad en wij luisteren graag naar jouw altijd doordachte oordeel. Want je geeft niet toe aan de verleiding waaraan eenmansfractie blootstaan, om met opzichtige en extreme standpunten te komen. Je schrikt er niet voor terug om ook met bezonnen standpunten te komen.
Daar begon je al mee toen je in 1994 lid werd van de deelraad. Tegen het in deze raad toen algemeen gedeelde standpunt dat het Olympisch stadion gesloopt moest worden, stelde je voor om eerst nog eens een onderzoek te doen. Om te zien of er niet toch een andere zinvolle functie voor te vinden was. Dat was zelfs tegen de zin van je trouwe makker Coen tasman. Maar je oproep tot bezinning bleek op den duur creatieve gedachten op te roepen. Die het uiteindelijk gewonnen hebben.
Niet iedereen weet het, maar Paul was achter de schermen van de deelraad ook een groot organisator. Als toenmalig partijgenoot herinner ik mij heel goed hoe Paul in het begin van de jaren negentig de aanvoerder was van de commissie die voor De Groenen in de hele stad kandidaten opspoorde om deelraadslid te worden en ook adviseerde voor de vorming van lijsten. Wat blij was ik ermee, dat jij ja had gezegd op mijn uitnodiging om lid te worden van het bestuur van De Groenen, op een zonnige ochtend in café de Prins. In 1992 of ’93, weet je nog? Eigenlijk was je meer geïnteresseerd in wereldproblemen en was je bestuurslid van de Liga van de rechten van de mens en was je professioneel actief voor de Wereldfederalisten. Maar toen je zag dat er in Zuid wel veel steun voor een lijst van De Groenen was , maar geen lijsttrekker, heb je –hoewel je toen nog in Oud West woonde- je vol enthousiasme opgeworpen op de vertaling van wereldprincipes in de notendop van het stadsdeel.. Dat je toen een marathon van 13 en een half jaar inging als beroepspoliticus, daar had je toen nog geen idee van.
Je kreeg niet in alles je zin. Dat is het lot van eenmansfracties. Het Museumplein werd, ondanks jouw felle en aanhoudende protesten ontdaan van zijn prachtige bomenrijen en zelfs voor fietsverkeer afgesloten. Er waren jouw felle meningsverschillen met de stadsdeelvoorzitters Richard Ronteltap en later Ger de Visser en Emile jaensch. Ook op de Schinkeleilanden verloor je de slag om de bomen. Alles ging eraf en wat rest is het. Zoals jij het noemt, het groeien van een “zielloos parkje”. Maar wat je won was het behoud van de Apollohal als sportvoorziening, tegen de zin van het toenmalig DB dat er eenstadsdeelraadshuis in wilde proppen.
Je hebt ook vooruit gezien. Sommige van je ideeén zijn wel in de raad aanvaard, zoals je vergaande nota over dieren, maar nog niet uitgewerkt. Een ander idee, voor het houden van referenda in het stadsdeel, is ook aangenomen, maar wacht nog op een eerste proef in de practijk. Hopelijk niet lang meer.
Je kreeg, ondanks al die slagwisselingen, onder je collega’s nooit vijanden. Ik meen dat zelfs Theo Keyser, na zijn aanvankelijk aanvallen op jou, tenslotte ingezien heeft dat je door je stoïcijnse, volhardende en bedachtzame politiek ongeschikt bent als boksbal. Bijna veertien eenmansfractie en ook nog een kleine periode met een ongemakkelijke collega, toen de Groenen – althans wat dit ongemak betreft - een zetel te veel gewonnen hadden.
Al die leerzame ervaring als eenmansfractie hebben je ook de gave van de bi-lokatie gegeven, Waar wij, als partijgenoten en collega’s, ons altijd over verbaasd hebben hoe jij, als was je Sinterklaas, in staat was om als het ware op verschillende plaatsen tegelijk te verschijnen. Vorige week sprak ik je op een avond en ook toen was je, zoals je dagelijkse gewoonte is, op die dag op verschillende vergaderingen, openingen van tentoonstellingen en gevaarlijke verkeerskruispunten geweest. Ja, een kleine fractie vraagt om een wendbaar raadslid, maar jij bent erin geslaagd die bekwaamheid tot in het paranormale op te voeren.
Je Algemene beschouwingen muntten altijd uit door herkenbaarheid. Vooral door de manier waarop je ons eraan hebt herinnerd dat het politieke ambt gevaar loopt te verzinken in een beroepsdeformatie die zich uit in een krankzinnig, pseudo-geleerd, maar in werkelijkheid slordig taalgebruik. Dankzij jou zullen wij nooit meer “communiceren naar”, zullen wij nooit meer ongewenste toestanden “handhaven ” en zullen wij meer pochen op ambtenaren die “resultaatverantwoordelijke eenheden” zijn of ons te buiten gaan aan tautologieën als “taakopdracht” of “aansturing van een straatmanager”. En als wij het toch doen, zal ik brullen “Herinnnert u zich de Algemene beschouwingen van Paul Berendsen”!
Paul, je bent voor ons het voorbeeld van een toegewijd, oprecht en bescheiden stadspoliticus. Je hebt een inzet getoond voor de democratie die een voorbeeld is voor ons allemaal.
Roel van Duijn