8 OnderWijs
Openbaar
Amsterdam Anders/De Groenen is voorstander van openbaar onderwijs. Binnen de huidige wetgeving willen wij geen discriminatie van godsdiensten en/of geloofsovertuigingen binnen de organisatie van het bijzonder onderwijs. Binnen al het onderwijs dient kennis van en respect voor alle wereldgodsdiensten en levensovertuigingen worden bijgebracht. Vrijheid van onderwijs zou alleen de keuze voor onderscheiden lesmethoden en pedagogische uitgangspunten moeten betreffen.
Artikel 23 van de Grondwet, dat het openbaar onderwijs financieel gelijkstelt met het onderwijs op basis van religie, moet worden afgeschaft. De overheid is er om gelijkheid te garanderen, niet om onderscheid te stimuleren op basis van levensovertuiging. De huidige religieuze feestdagen zijn niet langer representatief voor de Amsterdamse samenleving. Er moet plaats zijn voor algemene vieringen, zoals een lentefeest en een midwinterfeest, feesten die we in alle geloofsovertuigingen terugvinden en ook voor feesten die in andere religies voorkomen.
Overblijven en naschoolse opvang is nu geen verantwoordelijkheid van de school. Het is de taak van de gemeente ervoor te zorgen dat voor ouders en kinderen de school, de overblijf en de opvang naadloos in elkaar overgaan en professioneel wordt georganiseerd.
Een groter aandeel werkende vrouwen in het onderwijs moet door de gemeente actief gestimuleerd worden. Ook hier geldt dat opvang, overblijf van schoolgaande kinderen essentieel is.
Openbaar onderwijs moet de Amsterdamse leerling gevoel voor natuur, zelfrespect en kennis over de eigen kwaliteiten meegeven. Naast de cognitieve kennis moeten ook de sociale en emotionele intelligentie worden bevorderd, met een beschrijvende portfolio aan het einde van de rit in plaats van een citoscore.
Minder schooluitval, meer stageplekken
Scholen gaan actief beleid maken van het begeleiden en stimuleren van de ontwikkeling van hun leerlingen, in het bijzonder meiden vanaf 16 jaar, en vmbo-leerlingen. Tienermoeders moeten in een vroeg stadium gestimuleerd worden om hun opleiding af te maken. De gemeente, de stadsdelen en hun diensten maken een actieprogramma voor voldoende stageplaatsen in hun eigen organisatie. Door te werken in een gemeentelijke omgeving worden deze jongeren ook actief bewust gemaakt van het belang van het opbaar bestuur en de rol van de mondige burger. Daarnaast moet de gemeente stimuleren dat er in de stad voldoende stageplekken komen voor alle leerlingen. Hiervoor moet worden samengewerkt met het bedrijfsleven in de stad.
Diversiteit en weerbaarheid
De ontwikkeling van de voorschool is nodig om zo vroeg mogelijk taalachterstanden weg te werken en sociale weerbaarheid te bevorderden. Er moet echter wel voldoende ruimte blijven voor kinderen om te spelen en om de fantasie te ontwikkelen. Amsterdam Anders/De Groenen vraagt aandacht voor de specifieke kwaliteiten en culturele bagage die leerlingen met een niet-Nederlandse achtergrond hebben.
Extra onderwijs in eigen taal is belangrijk voor het ontwikkelen van taalgevoel en het zelfvertrouwen van leerlingen die lager scoren bij alle vakken waarin doorgaans ook op kennis van de Nederlandse taal wordt getoetst. Structureel is meer geld nodig voor vakleerkrachten tehatex (tekenen, handarbeid en textiel), muziek en lichamelijke opvoeding op alle basisscholen. Scholen moeten gestimuleerd worden om onder meer Turks, Arabisch, Spaans, maar ook duurzame ontwikkeling, drama, muziek, filosofie en handvaardigheid als eindexamenvak mogelijk te maken.
Ruimte voor diversiteit en de eigen achtergrond binnen het onderwijs ondersteunt het weerbaar leren leven in de grote stad. Hiervoor zijn belangrijke vaardigheden nodig.
Zwemlessen moeten verplicht zijn vanaf groep 4. Voor de lichamelijke gezondheid en de veiligheid van kinderen moet schoolzwemmen en een diploma halen een verplicht vak worden. Speciale aandacht is nodig voor de lichamelijke opvoeding van kinderen met een handicap. Ook fietsen is niet een aangeboren vaardigheid. Veel kinderen fietsen niet omdat hun ouders dat zelf nooit geleerd hebben. Terwijl fietsen gezond is, en ook nog eens milieuvriendelijk. Fiets en verkeerslessen moeten waar nodig een onderdeel van het lesprogramma worden.
Voor de meeste jonge Amsterdammers is er geen herkenbare relatie tussen voedsel en de oorsprong in de werkelijke natuur. Amsterdam Anders/De Groenen wil daarom dat alle leerlingen van de lagere scholen langer en intensievere schooltuinprojecten hebben.
Zwart/witte scholen en spreiding
Diversiteit is in toenemende mate in de samenstelling van de leerlingengroepen van belang. Naar school ga je niet alleen om kennis te verwerven, maar ook om te leren samenleven. Om deze belangrijke sociale functie te versterken, moet er worden geïnvesteerd in de buurt. De school zou een afspiegeling moeten zijn van de stad waarin hij staat, ‘hoger-opgeleiden-vlucht’ dient, in samenwerking met gemeente en ouders, te worden tegengegaan. Scheve verhoudingen in klassen worden echter vooral veroorzaakt door sociaal-economische verdeling.
Autochtone en allochtone achterstandsleerlingen moeten evenveel kansen krijgen, ongeacht herkomst. Iedere leerling moet zoveel mogelijk krijgen aangeboden. Segregatie op sociaal-economisch gebied zal in het onderwijs actief moeten worden bestreden; het zwart/witte scholen-probleem is hier een onderdeel van.
Gratis onderwijs
Basis- en middelbaar onderwijs moet altijd gratis zijn voor iedereen. Daarbij moet de lokale overheid garant staan voor de toegankelijkheid van het onderwijs. De hoeveelheid geld die een burger bezit mag niet bepalend zijn voor de mate van zelfontplooiing die hij of zij kan bereiken. Het is de plicht en verantwoordelijkheid van de overheid onderwijs te bekostigen en gelijke kansen voor iedereen te waarborgen.
Onderwijskansen dienen voor alle kinderen zo veel mogelijk gelijk te zijn. Tegelijkertijd is het de publieke taak van de overheid de onafhankelijkheid van het onderwijs te bewaken. Alleen als de overheid de kosten voor gedegen onderwijs volledig voor haar rekening neemt hoeven scholen hun inkomsten nergens anders vandaan te halen zoals uit sponsering.
Na je 18e kun je zelf beslissen of je door wilt studeren, dat moet dan wel meer dan nu mogelijk gemaakt worden. Het collegegeld moet worden afgeschaft en de prestatiebeurs die studenten voortjaagt ook. Studenten moeten de kans hebben om verschillende studies te proberen en om dieper op onderwerpen in te gaan.
Studenten moeten daarvoor een reële toelage krijgen om van rond te komen. Hierdoor zijn bijbaantjes niet meer nodig en komt ruimte op de arbeidsmarkt vrij voor mensen die lager geschoolde arbeid zoeken. Om dit te kunnen betalen wordt aan afgestudeerden en gesjeesden een onderwijstax gevraagd.
Waardering voor vmbo’s
Het vmbo en de ROC`s worden sterk ondergewaardeerd. Deze scholen herbergen de meeste leerlingen en dienen onmiddellijk de middelen te krijgen om hun complexe werk goed te kunnen doen.
Amsterdam gaat weer investeren in het vmbo-onderwijs en de meeste middelbare scholen. Het moet een voorrecht worden voor de klas te kunnen staan in Amsterdam. Meer docenten en instructeurs voor de klas, in moderne en schone scholen met daarbij een samenleving die bij de school betrokken wil worden.
De doorstroming van studenten in vmbo, havo, mbo en hbo dient te worden vergemakkelijkt. Door meer keuzemogelijkheden en individuele vrijheid aan te bieden worden leerlingen op hun eigen verantwoordelijkheid aangesproken en meer betrokken bij hun onderwijs en toekomst. Hiervoor moet onder andere betere begeleiding en een leerling-volg-systeem komen dat toegankelijk is voor de leerling zelf.
Hoger onderwijs in de stad
De hogescholen en universiteiten zijn van groot belang voor Amsterdam. Ongeveer honderdduizend jonge mensen worden stadsmensen in een belangrijke fase van hun leven. Zij zijn essentieel voor de stad om alert te blijven op nieuwe ontwikkelingen.
Universiteiten en hogescholen kunnen en mogen niet functioneren als bedrijven, en al helemaal niet als diplomadrukkerijen. Creatief meedenken over de maatschappelijke inbedding van de vakkennis moet centraal staan. Uitgangspunt is het ontwikkelen van inzicht en kennis en het doorgeven hiervan aan studenten. Daarbij zouden de vrijheid en kwaliteit van onderzoek en onderwijs voorop moeten staan en is maatschappelijke relevantie dus van ondergeschikt belang is. Hiervoor is het noodzakelijk dat universiteiten en hogescholen democratisch door personeel en studenten samen worden bestuurd. Voor de ontwikkeling van de stad is het van belang waar mogelijk samen met de instellingen onderzoeksvragen en stages te ontwikkelen. Amsterdam biedt een groot palet van onderzoeksvragen die studenten leren theorie, praktijk en experiment creatief te combineren. De instellingen zijn een onderdeel van de creatieve stad.