Fietsen stallen in het Centrum
Dit is een nota van januari 2008 waar de verschillende manieren van fietsen stallen worden vergeleken. Het is een aanvulling op de GroenLinks nota Fiets parkeren in hoeken en gaten. Onderaan de tekst staat de pdf van de nota met tabellen en plaatjes.
Fietsenstallen in het centrum
2 Fietsenstallen: de kaders. 2
3 Fietsenstallen: uitvoering. 4
4 Toepassing in de praktijk. 6
6 Bijlage: visie van AA/DG op de fiets. 8
1 Inleiding
1.1 Doel van deze nota
Deze nota is bedoeld als inhoudelijke achtergrond en ondersteuning in een discussie over fietsparkeren in het centrum. De nota geeft aan dat er een duidelijk onderscheid te maken is tussen de randvoorwaarden vanuit de locatie enerzijds (bijvoorbeeld hoeveel ruimte er is, of hoe intensief deze gebruikt wordt), en randvoorwaarden vanuit de stallingbehoefte (hoeveel fietsen er gestald moeten worden, hoe lang, op welke tijden, enzovoorts). Deze twee verschillende soorten randvoorwaarden leggen elk eisen en beperkingen op aan het soort en de hoeveelheid stalplekken op een bepaalde locatie.
Door deze twee soorten randvoorwaarden (locatie en gebruik) goed te onderscheiden kan je een discussie voeren waarbij je niet langs elkaar heen praat, maar elkaars standpunten goed tegen het licht houdt en samen naar oplossingen zoekt.
1.2 Relatie tot nota GroenLinks
GroenLinks heeft een nota geschreven over fietsparkeren in de binnenstad, waarin heel duidelijk enkele problemen en ook oplossingen worden beschreven en geïllustreerd. Deze nota heeft niet als doel om dit nog eens over te doen, en is ook niet bedoeld als competitie. Doel van deze nota is wel om het onderwerp fietsparkeren op een gestructureerde manier nog inzichtelijker te maken, en zo handvatten te creëren om alle goede ideeën op een effectieve manier in de praktijk te brengen.
1.3 Leeswijzer
Na deze inleiding begint het stuk met uitgangspunten en theorie. Deze geven allereerst kort weer waarom fietsstallingen wat ons betreft essentieel zijn. Daarna volgen de belangrijkste kaders bij het fietsenstallen: stallingsbehoefte, locatie, en eigenschappen van een stalplek.
Vervolgens worden een aantal verschillende stallingen onder de loep genomen. Van elk van de voorbeelden wordt uitgelegd wat de kenmerken zijn, maar ook bij welke randvoorwaarden vanuit locatie en stallingsbehoefte passen bij het type stalling.
Ter illustratie volgen daarna twee voorbeelden waarin de theoretische kaders in de praktijk worden gebracht om zo twee bestaande knelpunten (de Munt en de Jodenbreestraat) op een gestructureerde wijze op te lossen.
Tot slot is er nog een bijlage met daarin de visie van AA/DG mobiliteit in de binnenstad in het algemeen, en de fiets en het belang van goede fietsparkeerplekken in het bijzonder.
2 Fietsenstallen: de kaders
2.1 Uitgangspunten
Deze nota heeft drie uitgangspunten:
- Fietsgebruik moet gestimuleerd worden. Want alleen met de fiets is de binnenstad voor al haar bewoners en bezoekers bereikbaar, zonder overmatige overlast voor de rest van het verkeer. Mensen krijgen beweging, de lucht blijft fris, geen overbodige uitstoot van broeikasgassen, relatief goedkoop, en een onmiskenbaar onderdeel van de Nederlandse cultuur en het Amsterdamse straatbeeld. De fiets is dan ook het ideale vervoermiddel voor een zowel levendige als leefbare binnenstad.
- Goede fietsparkeervoorzieningen stimuleren fietsgebruik. Een stalling dichtbij zorgt dat fietsritten snel en comfortabel zijn, en maakt dat de fiets beter concurreert met auto of OV. Voldoende veilige stalplekken voorkomen dat je fiets gestolen of beschadigd wordt, zodat je zeker weet dat je ook weer thuis komt, en je ook op je goede fiets de stad in kan in plaats van met je oude brik. Conclusie: voldoende, veilige en goed bereikbare fietsenstallingen zijn een noodzakelijke voorwaarde voor het stimuleren van fietsgebruik.
- Liever fietsplekken dan autoplekken. Op een plek waar één auto staat kunnen ook 10 tot 20 fietsen staan[1]. Nu auto’s steeds groter worden, groeit die verhouding alleen maar schever. Moeten nu 20 fietsers een blokje omlopen omdat die ene automobilist per se voor de deur wil parkeren?
2.2 Randvoorwaarden fietsenstallen
Randvoorwaarden vanuit de behoefte aan stalplekken
De parkeerbehoefte verschilt van plek tot plek. Bij de supermarkt parkeer je maar kort, maar wel liefst zo dicht mogelijk bij de deur, terwijl een fiets bij huis vaak uren of dagen staat. Het station staat altijd vol met fietsen, de Nieuwmarkt vooral op mooie zomeravonden. Grote variaties dus in parkeerbehoefte. De verschillen zitten in:
· Duur: 15 minuten of de hele dag?
· Hoeveelheid: één fiets of honderd fietsen?
· Regelmaat: altijd evenveel fietsen of enorme pieken en dalen?
· Tijdstip: overdag of ’s nachts, doordeweeks of in het weekend?
De soort behoefte hangt sterk samen met de maximale afstand tussen stalling en reisdoel en met de gewenste kwaliteit van een stalling. Bij kort stallen is het vooral belangrijk dat de stallingsplek dicht bij het doel is (bijvoorbeeld een fietsrek vlak voor een winkel). Bij lang stallen is het belangrijker dat een fiets veilig en bijvoorbeeld droog kan staan.
Randvoorwaarden vanuit de omgeving
Hierbij gaat het om de ruimte en de omgeving. Ruimte betekent niet alleen genoeg oppervlakte, maar ook niet te veel concurrentie van andere weggebruikers; een drukke winkelstraat heeft meestal minder plek voor fietsen dan een smal maar rustig steegje. Op gezichtsbepalende locaties is het belangrijk dat een rek er mooi uitziet. Sommige rekken zijn goed te plaatsen aan een blinde muur, andere staan juist beter in de vrije ruimte.
· Hoeveel ruimte is?
· Hoe wordt de ruimte gebruikt?
· Welke stalling past bij de omgeving?
Eigenschappen van een fietsenstalling
Er zijn veel soorten fietsparkeerplekken; van plat op de grond tot een automatische ondergrondse fietsenkluis, van nietje tot tulp, van fietsvak tot fietsflat. Elk soort stalling heeft bepaalde kenmerken waardoor die in een bepaalde omgeving juist wel of juist niet voordelig is:
· Efficiency: hoeveel vierkante meter per fiets? Hoeveel fietsen passen er op 1 autoparkeerplek?
· Kosten: hoeveel euro kost een stalling per fietsplek?
· Veilig tegen diefstal: het frame moet met een ketting of beugel te bevestigen zijn aan de ‘vaste wereld’; liefst zodanig dat de ketting niet op de grond gelegd kan worden.
· Veilig tegen beschadiging: omgevallen of uitstekende fietsen kunnen kapotgaan omdat mensen er overheen of tegenaan lopen of rijden; fietsen die buiten sluiten en roesten dan fietsen in een overdekte stalling.
· Mooi als leeg: de fietsplek ziet er mooi en prettig uit als er geen of weinig fietsen in staan.
· Mooi als vol: fietsen staan netjes op de stalplek, weinig uitsteeksels, en het rek maakt een prettige indruk.
3 Fietsenstallen: uitvoering
3.1 Algemeen
Hierboven zijn zowel eigenschappen van fietsstalplekken als kenmerken van de locatie en de behoefte aan stalling genoemd. Daar zitten allicht logische verbanden tussen. Een kleine ruimte met een grote parkeerbehoefte vraagt bijvoorbeeld om een efficiënte stalling die veel fietsen kan herbergen op een klein oppervlak. Veilige rekken zijn vooral belangrijk als er wat langer of ’s nachts gestald wordt. Dit kan echter het beste geïllustreerd worden aan de hand van een aantal bestaande soorten stallingen en stalplekken.
3.2 Verschillende stallingen op een rijtje
1. Geen stalling of fietsvak | ||
Oppervlakte per fiets | 3,2 m2 | |
Kosten per fietsplek | €0 | |
Fietsen per autoparkeerplek | 3 à 4 | |
Veiligheid tegen diefstal | -- | |
Veiligheid tegen beschadiging | -- | |
Esthetiek bij lege plek | ++ | |
Esthetiek bij volle plek | -- | |
Handig bij: · Zeer lage parkeerbehoefte, met eventueel af en toe sterke piek · Zeer kort parkeren · Niet al te intensief gebruik door overige parkeerdeelnemers · Niet al te beeldbepalende omgeving | ||
2. Lantaarnpaal, boom, etc. | ||
Oppervlakte per fiets | 1 m2 | |
Kosten per fietsplek | €0 | |
Fietsen per autoparkeerplek | 10 | |
Veiligheid tegen diefstal | + | |
Veiligheid tegen beschadiging | - | |
Esthetiek bij lege plek | +/- | |
Esthetiek bij volle plek | - | |
Handig bij: · Niet al te hoge parkeerbehoefte · Zowel voor kort als middenlang parkeren geschikt · Niet al te intensief gebruik door overige parkeerdeelnemers · Niet al te beeldbepalende omgeving | ||
3. Fietsbeugel of ‘nietje’ | ||
Oppervlakte per fiets | 0,9 m2 | |
Kosten per fietsplek | €80 | |
Fietsen per autoparkeerplek | 12 | |
Veiligheid tegen diefstal | + | |
Veiligheid tegen beschadiging | - | |
Esthetiek bij lege plek | + | |
Esthetiek bij volle plek | - | |
Handig bij: · Lage tot gemiddelde behoefte aan fietsparkeerplekken · Zeer geschikt voor locaties met wisselende parkeerbehoefte, omdat rek er ook leeg redelijk goed uitziet. · Voor kort tot gemiddeld lang parkeren · Liever niet in een druk gebied, omdat dan uitstekende fietsdelen kunnen beschadigen en andere verkeersdeelnemers kunnen hinderen. · Geschikt voor een beeldbepalende omgeving · Geschikt om vrijstaand te plaatsen; liever niet tegen muur of direct naast stoeprand. | ||
5. Hoog/laag fietsenrek | ||
Oppervlakte per fiets | 0,5 m2 | |
Kosten per fietsplek | €20 tot €120[2] | |
Fietsen per autoparkeerplek | 20 | |
Veiligheid tegen diefstal | ++ | |
Veiligheid tegen beschadiging | + | |
Esthetiek bij lege plek | +/- | |
Esthetiek bij volle plek | + | |
Handig bij: · Veel behoefte aan fietsparkeerplekken · Groot deel van de dag fietsen aanwezig · Beperkte hoeveelheid ruimte · Zeer geschikt tegen blinde muren, of als afscheiding tussen straat en stoep · Zowel voor kort als langer parkeren · NB: met een afdakje erboven wordt een fietsenrek extra geschikt voor lang stallen, bijvoorbeeld in een woonomgeving. | ||
6. Afgeschermde stalling | ||
Oppervlakte per fiets | 0,5-2 m2 | |
Kosten per fietsplek | Hoog | |
Fietsen per autoparkeerplek | 8-24 | |
Veiligheid tegen diefstal | ++ | |
Veiligheid tegen beschadiging | ++ | |
Esthetiek (bij lege of bij volle plek) | Afhankelijk van het stallingsgebouw | |
Handig bij: · Redelijk tot veel behoefte aan fietsparkeerplek · Lang parkeren (bv. bij woning of werkplek) · ’s nachts parkeren (bv. uitgaan, woning, station) · esthetiek hangt sterk af van de architectonische kwaliteit van de stalling · Indien ondergronds, dan ook geschikt bij weinig en drukke openbare ruimte. | ||
4 Toepassing in de praktijk
4.1 Fietsenstallen is maatwerk
Het belangrijkste bij fietsparkeren is dat een eventuele parkeervoorziening goed wordt afgestemd op zowel de omgeving als het gebruik. De bovenstaande beschrijvingen van verschillende soorten fietsparkeerplekken bieden hiervoor handvatten.
Door deze te gebruiken kan je door te kijken naar de omgeving en de parkeerbehoefte op een locatie afleiden welk soort parkeervoorziening het meest geschikt is.
4.2 Voorbeelden
Jodenbreestraat nabij Albert Heijn
· Stallingsbehoefte: er zijn vrij veel mensen die hier hun fiets willen stallen. Over het algemeen is hun bestemming de Albert Heijn. De behoefte aan stalplekken is redelijk constant, met duidelijke pieken in de vroege avonduren. Fietsen worden hier meestal kort (5-20 minuten) gestald.
· Locatie: er zijn geen blinde muren of afscheidingen. Er is een verhoogde en overdekte stoep direct voor de winkel, en een normale stoep die doorsneden is met een fietspad. De ruimte wordt redelijk intensief gebruikt. Met name het fietspad, het deel van de stoep tussen de gestalde fietsen en de ingang, en het overdekte deel van de stoep. De ruimte is redelijk representatief.
· Oplossing: aangezien er geen blinde muren of andere logische plaatsen voor rekken zijn, het gebruik wisselend is, en de locatie redelijk representatief is hebben beugels of nietjes hier de voorkeur. Om in tijdens de piekuren de doorstroming voor voetgangers niet onnodig te beperken zouden deze aangevuld moeten worden met enkele fietsparkeervakken. Het aantal nietjes moet afgestemd zijn op de maximale stallingsbehoefte buiten de spits, en het oppervlakte aan fietsvakken moet zodanig zijn dat het in de meeste gevallen voldoet bij de avondspits. Gezien het intensieve gebruik van het fietspad en het feit dat de meeste stallers van en naar de Albert Heijn lopen is de huidige positie van het fietspad tussen stalling en winkel ongewenst.
De munt
· Stallingsbehoefte: tijdens winkeluren, zowel doordeweeks als (met name) in het weekend, parkeren hier zeer veel fietsen. De bestemming van deze fietsers is over het algemeen het winkelgebied, van Kalverstraat, Leidsestraat, Koningsplein en Nieuwendijk. De meeste fietsers staan hier gemiddeld lang, van ½ uur tot enkele uren.
· Locatie: er is een pleintje, er zijn enkele blinde muren, en er is een stoep langs de singel. Het pleintje wordt erg intensief gebruikt door voetgangers, met name de doorgang van Kalverstraat naar de bloemenmarkt en Koningsplein of richting Rembrandtplein. De hoekjes van Kalverstraat naar Rokin en Singel worden veel minder gebruikt, en ook de stoep langs het Singel (aan de waterzijde) wordt nauwelijks gebruikt. Het Singel zelf wordt redelijk veel gebruikt door fietsers en voetgangers, maar weinig door auto’s[3]. Langs het plein zijn enkel stukken blinde muur.
· Oplossing: gezien de enorme en vrij constante stallingsbehoefte zijn hier in de eerste plaats rekken nodig. Doorlopende wandelroutes voor het winkelpubliek moeten echter zoveel mogelijk vrij blijven. De aangewezen locaties voor fietsrekken zijn daarmee ‘dode’ hoeken op het Muntplein (Singel-Kalverstraat-Rokin), en de stoep langs het Singel. Nietjes zijn hier ongeschikt; enerzijds omdat hiermee niet aan de enorme stallingsbehoefte voldaan kan worden, en anderzijds omdat ze te weinig bescherming bieden tegen de beschadiging door het drukke voetgangersverkeer. Zelfs op de stoep langs het Singel is de ruimte onvoldoende voor nietjes, aangezien alleen de eerste 50 à 100 meter zinvol zijn als stallingslocatie. Andere opties zijn bijvoorbeeld een fietsenboot, of het verder indammen van autoverkeer op het Singel om meer ruimte te maken voor fietsenstallingen.
5 Conclusie
Aangezien de fiets het belangrijkste vervoermiddel is voor een binnenstad die zowel levendig als leefbaar is, en noch voetverkeer, noch OV, noch autoverkeer op kunnen tegen de enorme efficiëntie en effectiviteit van de fiets in ons centrum, is het van groot belang dat fietsverkeer niet enkel goed gefaciliteerd maar ook aangemoedigd wordt. Eén belangrijke manier om dit te doen is het zorgen voor effectieve fietsenstallingen.
Fietsenstallen is maatwerk. Enkel door goed te kijken naar de behoefte vanuit de fietsers en de eisen van de locatie kan je een fietsparkeerplek maken die comfortabel, veilig en prettig is voor zowel fietsers als overige verkeersdeelnemers. Het is dan ook belangrijk om je niet te beperken tot één standaardoplossing (zoals het ‘nietje’), maar hier flexibel mee om te gaan. Alleen zo kan je garanderen dat er voldoende fietsplekken zijn, die tegen beheersbare kosten zorgen voor de juiste mate van bescherming en veiligheid, en bovendien goed passen in het straatbeeld.
Alleen door genoeg en goed afgestemde fietsstalplekken aan te leggen kan de stad zowel bereikbaar, gezond, levendig, en bovendien typisch Amsterdams blijven. Daar kan geen auto tegenop!
6 Bijlage: visie van AA/DG op de fiets
6.1 Verplaatsen in de binnenstad
Amsterdammers zijn geen huismussen; ze willen naar hun werk, naar een winkel, of een toneelstuk, wat eten in een restaurant, drinken in een kroeg, op bezoek bij vrienden of familie Maar hoe kom je daar? Met alle smalle straatjes en de mensen die er wonen, werken en recreëren, kan het nogal dringen zijn in Amsterdam. Dat betekent dat je goed je vervoermiddel moet uitkiezen. Maar welk vervoermiddel zorgt er voor dat al die mensen allemaal op hun bestemming kunnen komen zonder elkaar continue in de weg te zitten? Hieronder de mogelijkheden op een rijtje:
Lopen | Leuk voor korte afstanden, maar als de winkels, restaurants en kroegen in de binnenstad afhankelijk zouden zijn van mensen die voldoende dichtbij wonen om te kunnen lopen zou 90% in geen tijd failliet zijn. Dus leuk voor erbij, maar geen hoofdvervoermiddel. |
Auto | Als elke binnenstadbewoner een auto voor de deur zou hebben staan, dan zou er geen ruimte meer over zijn voor wegen, stoepen of fietspaden (en zet je ze allemaal onder de grond, dan ben je voor de komende 50 jaar door je stadsdeelbudget heen). De enige reden dat je überhaupt nog ergens kan komen met de auto is omdat de meeste mensen een ander vervoermiddel kiezen. Verder is inmiddels bekend dat auto’s in de binnenstad de grootste uitstoters van fijnstof en stikstofoxide zijn, tussen de 5 en 10 verkeersdoden per jaar veroorzaken, en bijdragen aan het broeikaseffect. Liever zo weinig mogelijk dus. |
OV | Bussen, trams en metro gaan zeer efficiënt om met de openbare ruimte: een bus met 50 mensen is 10m, een rij van 50 auto’s al snel 400m. Bovendien is deze manier van vervoer ook prima geschikt voor minder validen. Nadeel van OV is echter wel dat je moet wachten, dat je vaak nog een stuk moet lopen, en dat je op tijd naar huis moet. Bovendien kost zowel het OV zelf als de haltes geld. En dat gaat voorlopig vooral naar de N/Z-lijn… |
Fietsen | Het overgrote deel van de binnenstadbewoners heeft een fiets. En niet voor niets: naast de benenwagen[4] is de fiets het enige vervoermiddel van deur tot deur, en voor veel ritten ook het snelste. Je past overal langs en tussendoor, maar belemmert nauwelijks de doorstroming van het andere fiets- en voetgangersverkeer. Je beweegt nog eens wat. Je stoot niks uit behalve je eigen adem. Kortom: de fiets is effectief, gezond, en sociaal, ook op grote schaal. |
Conclusie: alleen met de fiets als voornaamste vervoermiddel kan het centrum zowel levendig als leefbaar zijn.
6.2 Meer plek voor de fiets
Als je fietsgebruik wil stimuleren, dan zijn voldoende en goede fietsenstallingen een vereiste. Hoe veiliger, dichter bij, en aangenamer een stalplek is, des te beter komen de voordelen van de fiets tot hun recht. En hoe beter de stalplek, des te meer wordt er gefietst, geleefd, en beleefd in de binnenstad.
- De eerste manier waarom een goede stalling bijdraagt aan het stimuleren van fietsgebruik is snelheid. Als je met de fiets tot vlak bij je bestemming kan komen, dan gaat het sneller, word je minder nat, en hoef je niet eindeloos te zoeken waar je je fiets gelaten hebt. Vooral de reistijd van deur tot deur is een punt waarop de fiets het makkelijk wint van bijvoorbeeld de auto. Die moet dus zo kort mogelijk zijn. Laat fietsers dan ook niet meer dan 50 à 100 meter lopen vanaf de stalplek.
- De tweede is comfort en veiligheid. Een overdekte fiets voorkomt niet alleen dat je zadel nat wordt (en jijzelf al doorweekt bent voordat je goed en wel zit), maar ook dat de fiets langer heel en mooi blijft. Een goed rek voorkomt dat fietsen omvallen en daarbij beschadigen, of vervolgens krom getrapt worden. Ook worden bij een goed rek uitstekende delen voorkomen. Een stalling waarbij je je fiets op een goede manier aan ‘de vaste wereld’ vast kan maken voorkomt diefstal en frustratie. Een veilige fietsenstalling heeft als bijkomend voordeel dat je ook met je mooie fiets naar het centrum kan in plaats van met een roestig ‘stadsbrik’. Daarmee ga je allicht sneller, maar ook heeft een nieuwe fiets vaak betere remmen en verlichting, en is zo ook veiliger in het verkeer.
Goede stallingen hebben dus nogal wat voordelen. Bovendien is het beslag op de ruimte van een fietsenstalling minimaal, zeker wanneer je dit vergelijkt met een autoparkeerplek. Het licht ligt dan ook zeer voor de hand om meer ruimte (en ook geld) toe te kennen aan fietsparkeren. Want dat is nou eens echt ruimte die dubbel en dwars goed benut wordt!
[1] Zelfs meer als je een extra verdieping in je fietsrek zet, zoals bij veel overdekte fietsenstallingen en soms ook in de buitenlucht, zoals bij het Centraal Station in Utrecht.
[2] Afhankelijk van het type hoog/laag fietsenrek. Het model ‘tulp’ van de foto kost ongeveer €80 per fietsplek.
[3] Op het Singel staan vaak weliswaar vaak veel auto’s te wachten voor het stoplicht, zodat dit er op het oog uitziet als een veelgebruikte autoverbinding. Kijk je echter naar de doorstroom (in aantal personen per minuut), dan blijkt de rol van auto’s hier juist erg beperkt.
[4] Of eventueel de gehandicaptentaxi.